HET LEVEN ALS OPDRACHT

Wim Couwenberg is een uur eerder dan normaal opgestaan om onze komst voor te bereiden. Op tafel staat een pot thee, voor ieder een kopje en een schaaltje met een koekje erop. We lopen een heerlijk zonnige woonkamer binnen: “Welkom in de dodenkamer,” zegt hij. In deze kamer wordt hij onder andere omringd door foto’s van zijn ouders en schoonouders, van zijn vrouw, van een broers en twee zussen, evenals van tal van familieleden, oud-collega’s en oud-klasgenoten. “Bijna iedereen die hier op de foto staat, is dood.”

Werkkamer Wim Couwenberg

Waarom pleeg je geen zelfmoord?

Couwenberg weet precies wat hij wil vertellen. Hij pakt de krant en steekt van wal: “Schrijver Arnon Grunberg schreef vanochtend een stukje over een bezoek aan een kennis in een psychiatrische kliniek. Ze was opgenomen omdat ze aangetrokken werd door het verlangen naar zelfmoord. Er is geen rationele reden om verder te leven, zei ze.” Volgens Couwenberg leven we in een tijd waarin veel mensen uitgaan van de zinloosheid van het bestaan. “Tja, als je het zo bekijkt. Wat maakt het dan uit of je wat eerder of later doodgaat? En wat maakt het dan uit of de wereld wat eerder of later aan ecologische rampen ten onder gaat? Volgens de Franse filosoof Camus is de belangrijkste vraag voor mensen: waarom pleeg je geen zelfmoord?” Couwenberg vindt dat een vluchthouding, hij ziet het leven zelf als een opdracht. “Mensen die nergens in geloven, en zich als niks presenteren, dat vind ik niks. Ik zou iedereen aanraden om zijn levensfilosofie wat meer bewust te maken.”

Leven met een open vraag

“Ik heb me heel geleidelijk gedistantieerd van de Rooms-katholieke kerk. Ik geloof in een God in panentheïstische zin. Het komt erop neer dat ik mijn hele leven op zoek ben naar de zin van het bestaan. Het laatste jaarboek van Civis Mundi gaat daar ook over: Heeft geschiedenis zin? Of is dit een onzinnige vraag? (2014).”

“Een oude vriend schreef mij op het einde van zijn leven gedesillusioneerd dat het leven ineens remmend en knarsend tot stilstand komt met een grote nulsom als uitkomst. Is het geen schande, zo riep hij vertwijfeld uit, dat ons de weelde van het bestaan als mens geschonken wordt, maar dat dit met de dood voor eens en altijd in het niets verdwijnt? Die vertwijfelde conclusie deel ik niet. We eindigen dit leven mijns inziens met een open vraag, zoals de toekomst in dit leven ook een open vraag is.”

Couwenberg kan een spraakwaterval zijn, zeker wanneer het levensvragen betreft. Maar soms valt hij stil. Dan herschikt hij zijn gedachten en kiest hij zijn woorden zorgvuldig. Hij pakt de draad van zijn verhaal moeiteloos op na een onderbreking voor fotografie. “Volgens mij zijn er nog nooit zoveel foto’s van mij gemaakt.” Als er een reflectiescherm tevoorschijn komt, zegt hij: “Wat zullen we nou krijgen. Tsjee wat een perfectie allemaal zeg.”

Reïncarnatie

“Aandacht is het sleutelwoord. Ook in huwelijken. Ik ben daarin tekort geschoten. Ik ben altijd ambitieus geweest en te veel geobsedeerd door mijn werk. En had daardoor te weinig aandacht voor mijn vrouw. Ik heb een tijd lang gehoopt op reïncarnatie, waardoor je je tekortkomingen kunt herstellen in een volgend leven.” Couwenberg kondigt een grapje aan: “Mijn revalidatieoefeningen, die ik wekelijks doe, worden aangeboden als ‘Fit for Life’, maar waarom ook niet denken in termen als ‘Fit for Afterlife’?” Hij zucht en vervolgt: “Die eenmaligheid van het bestaan is toch vreselijk…”

“De leer van karma en reïncarnatie boeit mij primair omdat dat het meest rechtvaardige concept is voor de wereld, met zoveel ongelijke levens- en ontwikkelingskansen. Ik voelde me tot dat idee van reïncarnatie aangetrokken door de ontkenning van de eenmaligheid van het bestaan, en de daarmee samenhangende YOLO-cultus.” (You Only Live Once, red.)

“Natuurlijk zijn er mensen die de zin van hun bestaan optimaal vinden in dit leven, maar dat zijn de geluksvogels. Het gros van de mensen vindt het leven maar al te vaak niet zo leuk. Neem bijvoorbeeld die vluchtelingen uit Syrië en andere vluchtelingen.”

Elke dag knokken

“Zeker als je ouder wordt is het belangrijk om over zingeving na te denken, want het wordt er niet leuker op. Veel ouderen willen euthanasie plegen. Dan zijn ze er vanaf. Mijn vrouw is al zeven jaar dood. Ze zei op een gegeven moment: ‘Ik kan niet meer.’ Zij leed zichtbaar. Ouder worden is steeds meer afhankelijk worden. Voor mij tot nu toe gelukkig alleen fysiek.”

“Ik ben doof aan één oor. Na drie à vier uur aan één stuk doorwerken ben ik uitgeput. Ik moet een stok meenemen als ik ga wandelen en oppassen dat ik niet val. Ik doe fysiotherapie voor mijn reuma en ik krijg nu ook lessen in valpreventie. Als niets meer vanzelf gaat, wordt het leven nog meer een opgave. Het is elke dag knokken. Ik doe al die oefeningen om op de been te blijven. Om te kunnen werken, om te kunnen nadenken en om te kunnen zien waar de wereld heen gaat.”

Zijn gedachten dwalen af. Couwenberg kijkt door de kamer, die is authentiek en smaakvol ingericht. “Dat zijn allemaal wandkleden van mijn vrouw. Ze heeft er heel veel gemaakt. Zie je die piano? Die is van haar. Zij is in alles dat je hier ziet. Sinds de dag dat ze stierf heb ik niks veranderd. Het is voor mij een van de redenen om hier te blijven wonen. Ik voel me hier niet alleen. Ze is hier nog altijd. Onzichtbaar.”

[Meer tekst na de foto]

Couwenberg_Ogen Dicht_lowres

Liefde

“Ik heb mijn vrouw ontmoet tijdens een vakantie met mijn moeder. Toen zij in de trein naar huis zat, realiseerde ik me dat ik haar moest zien te vinden. Ik heb ik de hele trein afgelopen om haar te zoeken. Toen ik haar had gevonden, vroeg ik: ‘Ben je geïnteresseerd in een afspraak?’ Ze zei: ‘Oké.’ In Den Bosch, waar mijn moeder woonde, is ze meteen met ons meegegaan, wellicht om te kijken uit wat voor ’n milieu ik kwam.”

“Het huwelijk van mijn ouders was een mislukking, maar het bijzondere van katholieke huwelijken was toen dat je niet mocht scheiden. Hoe ongelukkig je ook met elkaar was. Het heeft mijn leven getekend. Ik wilde wel trouwen voor het leven, maar dat wilde ik heel voorbereid doen. Ik heb haar ontmoet in ’53 en we zijn pas in ’56 getrouwd. Wat hebben we elkaar veel geschreven in die tijd. Ik heb hier beneden een pakket met ik denk wel zo’n honderd liefdesbrieven.”

“Ik twijfelde aanvankelijk vooral vanwege ons leeftijdsverschil. Op die leeftijd merk je dat helemaal niet. Maar toen mijn vrouw in de tachtig was, begon ze echt ouder te worden. Ik was toen zelf nog heel vitaal. Ik had niet door wat ouderdom was. Ik voelde me sterk. Zij vond het vreselijk dat ze steeds minder kon. Nu beleef ik dat zelf.”

Twintigers van nu

“Jongeren van nu zijn rusteloos. Jullie hebben het in dat opzicht moeilijker dan wij. Onze generatie is opgegroeid met grote zekerheden, we hadden antwoord op de grote levensvragen en we hoorden bij een grote familie, en een grote kerk. Twintigers van nu worden a-religieus opgevoed. Jullie moeten je zekerheden zelf ontdekken in het leven. Tja, dat klinkt wel raar uit de mond van iemand die zich heeft losgemaakt van de kerk. Maar juist door mijn worsteling om een eigen overtuiging te krijgen ben ik zover gekomen.”

“Oorzaak van die rusteloosheid is ook dat je tegenwoordig alles kunt doen en worden wat je wil. Wij hadden geen keuzestress. Verre reizen maken bestond helemaal niet. De verste reis die we in de oorlog konden maken was naar Valkenburg.”

“Ik zou de twintigers van nu willen uitdagen: Vraag je af waarom je leeft. Je moet weten waarom je er bent, en dat je er mag zijn. Dat heeft mij heel sterk gedreven, de drang om iets van mijn leven te maken.”

Daar heb je die ouwe vent weer

Professor Couwenberg legt kort en bondig uit waarin onze tijd, de moderniteit, verschilt van de pre-moderniteit. “Ik ben nog opgegroeid in een hiërarchisch en autoritair ingerichte samenleving. De paus bepaalde hoe je moest geloven en leven, en wat waarheid was. Je hoorde bij een kerk, en was lid van een grote familie. Ze zeiden toen bij ons thuis ‘onze Wim’ of ‘onze Elly’. Dat hoor je tegenwoordig niet meer.”

“Ik ben grootgebracht in een echte standenmaatschappij, waar discriminatie naar afkomst nog normaal was. Dat is ook een relict van de pre-moderniteit. Ik behoorde tot een verarmde middenklasse en toen ik naar het stedelijk gymnasium ging, kwam ik in contact met kinderen van advocaten, bankiers, en dergelijken Daar keek ik toen tegenop. Hun familie had immers meer prestige. Nu is er ook wel verschil tussen mensen, maar dat heeft meer te maken met je functie. Als je hoogleraar bent, ben je belangrijk, maar zodra je emeritus wordt, daalt je prestige.”

“Ik heb veel gepubliceerd in Nederlandse kwaliteitskranten. Maar dat lukt niet meer. Ze denken, daar heb je die ouwe vent weer. Maar in feite is het een kwestie van leeftijdsdiscriminatie. Toen ik opgroeide waren er minder ouderen en meer jongeren. Nu is het andersom. De jongeren die er zijn, met name de oudere jongeren, die voelen zich geweldig tegenover die oude sokken. Moderniteit is in veel opzichten een duidelijke vooruitgang. Maar in die jeugdcultus zijn we doorgeschoten. Want, beste Marije, over 50 jaar ben je ook oud. En niet dommer.”

Professor Couwenberg is in 2015 onderscheiden met de ‘Desiderius’ vanwege zijn uitzonderlijke bijdrage aan het publieke debat en de opinievorming in Nederland in de afgelopen halve eeuw. De onderscheiding, een beeldje van Desiderius Erasmus, wordt door het College van Bestuur uitgereikt aan degenen die zich verdienstelijk hebben gemaakt voor de Erasmus Universiteit Rotterdam en/of de samenleving. Bescheiden maar trots laat hij het beeldje zien.

 

S.W.C.I.M. Couwenberg

Geboren: 6-1-1926

 

Belangrijkste functies

Journalist / publicist

Hoogleraar Staats- en Bestuursrecht aan de Erasmus Universiteit Rotterdam

Oprichter en hoofdredacteur van het tijdschrift Civis Mundi

 

Heden

Hoofdredacteur van internettijdschrift Civis Mundi

Save

Save

Save

Save