MEER VAN MINDER

Over oud worden heeft Rob Toornend niet zoveel te vertellen. Tips om fit te blijven heeft hij ook niet. ‘Er zijn vast deskundigen te vinden die daar wat over kunnen vertellen.’ De ingenieur blijft bij zijn stiel. Dat heeft hij altijd gedaan. ‘Door in mijn eigen vakgebied actief te blijven heb ik veel kennis en ervaring verkregen. Mijn daarop gegronde intuïtie heeft altijd de koers van mijn werk bepaald.’ Hoogtepunten in zijn carrière dan? Zo kijkt hij niet terug op zijn werkende leven. ‘Ik heb alles met dezelfde toewijding gedaan. En ik heb altijd met plezier gewerkt, tot op de dag van vandaag.’

Voor de klas

Toornend moest als dienstplichtige direct na de middelbare school in militaire dienst en werd opgeleid tot officier. Tevreden vertelt hij hoe hij als tweede luitenant in goede sfeer de interesse van zijn honderd man tellende peloton behield.  ‘Het was rumoerig toen ik daar voor het eerst binnenstapte. Ik wist dat ik geen kans van slagen maakte als ik zou gaan staan roepen dat ze stil moesten zijn. Dus wat denk je dat ik deed? Ik ging bij een groepje staan en toonde mijn interesse. Daar werden die jongens wat ongemakkelijk van, maar ik had wel hun interesse gewonnen.’ Precies deze ervaring kwam van pas toen hij tijdens zijn studie Civiele Techniek in Delft een baan kreeg aangeboden als wiskunde leraar op de HBS-B.

Meer dan tachtig jaar informatie

Het was ook in deze periode dat Rob Toornend zijn grote liefde Conny ontmoette, ze zijn tot op de dag van vandaag samen. Meerdere malen in het gesprek wendt hij zich tot zijn vrouw om te vragen naar een naam of locatie. ‘Het is ongelooflijk. Zij onthoudt alles. Ik heb het altijd moeilijk gevonden om namen te onthouden. Mijn geheugen zit te vol. Meer dan tachtig jaar aan informatie zit er opgeborgen in mijn hoofd. Het is niet verwonderlijk dat ik er niet altijd meer bij kan, toch?’

Ingenieur en rechtbankdeskundige

Na zijn studie in Delft startte hij in 1961 als constructeur en projectleider bij de Dienst der Publieke Werken van de gemeente Amsterdam, bij de afdeling tunnelbouw. Hij was in deze functie onder andere betrokken bij de bouw van de IJ-tunnel en van het Wibauthuis.

Voor korte tijd is hij bedrijfsleider geweest bij een grote aannemer. Na deze praktijkervaring startte hij in 1970 zijn eigen ingenieursbureau voor projectmanagent in de bouw en hij begeleidde grotere bouwprojecten in Amsterdam en omgeving. Vanaf 1989 wordt hij als bouw- en vastgoeddeskundige door de rechtbank van Amsterdam tot rechtbankdeskundige benoemd, en vervolgens ook door andere rechtbanken en gerechtshoven.

Wie schrijft blijft

Tot voor kort werd hij nog gevraagd als deskundige bij rechtbankszaken. Toornend: ‘Na mijn formele pensioen heb ik zelf nooit werk gezocht, het was er en kwam in overmaat naar mij toe. Het loopt nu geleidelijk terug naar minder en dat is voor mij geen probleem. Ik kan nog denkend bezig zijn en wie schrijft, die blijft.’ Hiermee verwijst Toornend naar zijn sonnetten-, overpeinzingen- en citatenboeken.

Vrijheid

In de titel van zijn sonnettenboek Geruisloos gleed De Vrijheid overstag komt veel samen. Zijn liefde voor zeilen, dichten, maar vooral de vrijheid waarin we leven is een groot thema voor hem als oorlogskind. ‘Ik had als kind al het besef dat vrijheid het hoogste goed is. Ik ben groot geworden met afschuw voor landverraders en zwarthandelaren en bewondering voor verzetsstrijders en hulpverleners aan onderduikers.’

‘Mijn ouders hebben me veel gegeven. Ze waren lief, serieus, creatief en beschaafd. En dapper in de oorlog, ik wist dat die mevrouw bij ons thuis geen tante was, maar een Joodse onderduikster. En toen de Duitsers kwamen om mijn vader te halen zei mijn moeder tegen die snotneus van een Nazi: “Schaam je! Schaam je om hier zo binnen te komen.” Ze zag dat die jongen ook maar zijn bevelen opvolgde. Met zijn staart tussen zijn benen droop hij af. Die fighting spirit heb ik ongetwijfeld van mijn moeder geërfd.’

Fighting spirit

Een karaktereigenschap waar Toornend fier op is, is zijn fighting spirit. ‘Als de geest positief actief is, zal het volgens mij ook het lichaam ten dienste zijn. Stralen van gezondheid én van een goede geest. Deze fighting spirit heeft me altijd geholpen in mijn werk. Als je met mij werkt staat die altijd aan. Ik spreek me uit, ik ben oprecht, en als die fighting spirit niet scoort, dan beëindig ik mijn betrokkenheid. Gelukkig is dat zelden geschied…’

Meer van minder

Als er iets is in deze tijd waar Toornend zich zorgen om maakt, dan is het dat we steeds meer van minder weten. ‘Al in 1976 werd ik getroffen door een column in NRC van Prof. dr. Hartog over de toegenomen specialisatie en dat we steeds meer weten van minder. Dat is met de jaren niet verbeterd. Nog steeds verliezen we het zicht op de hoofdlijnen.’

In zijn werk als onafhankelijke deskundige bij rechtbankszaken zag hij het veel gebeuren. ‘Hele rapporten worden er volgeschreven, overal wordt een vergrootglas op gelegd, maar waar draait het nou echt om?’ Rob Toornend pleit voor de allround manager die de rode draad nog wél ziet. Vroeger was het wel makkelijker om die rode draad te ontdekken, tegenwoordig verzuipen we in de details. ‘En al die informatie kun je opzoeken op internet. Je hoeft zelf niet mee na te denken. Ik weet nog dat ik achter mijn typemachine zat. Ik dacht goed na over elke zin die ik formuleerde, en dan typte ik het langzaam op de typemachine met twee vingers.’

Knap

Voor vertrek laat hij haalt hij een foto tevoorschijn. Zijn gezin in de jaren zeventig op zijn zelfgebouwde zeilboot De Vrijheid. Hij wijst zijn vrouw aan, gekapt en gekleed in de stijl van die tijd. ‘Knap hè?’ Conny wuift het lachend weg: ‘Nou dat is lang geleden hoor!’ ‘Maar dat is ze nog steeds…’ besluit Rob.

www.robtoornend.nl

 

werkkamer Rob Toornend

 

Save

Save

Save

Save