ZOMAAR TACHTIG, IK HAD HET HAAST NIET IN DE GATEN

Frits Lambrechts, zanger, liedschrijver, cabaretier en acteur (Misschien ken je hem van Hendrik Groen, van de Jumbo, of als Hoofdpiet?) hoorde ik voor het eerst live zingen tijdens een voorstelling van theaterschool Selma Susanna. Frits Lambrechts zong daar zijn lied ‘Ik ben nu tachtig’ dat gaat over tachtig jaar op deze wereld zijn. De oorlog, wat het betekent om tachtig te zijn, en scheidingen ‘ik meen een stuk of zeven’, alles komt aan bod. Even later zoek ik hem op in zijn huis in Amsterdam Noord. Aan de hand van zijn eigen lied vertelt Frits meer over zijn leven, en wat het betekent om tachtig te zijn.

Luister hier het lied ‘Ik ben nu tachtig’ van Frits Lambrechts. (Sleep ‘m naar 7.05 minuten!)

 

Je begint heel treffend. “Ik ben nu tachtig, het grootste deel heb ik achter me gelaten.”

‘Ja, haha, dat geldt voor iedereen die tachtig is!’

En dan vervolg je. “Ineens zomaar tachtig, het ging zo snel, ik had het haast niet in de gaten.”

‘Nou dat is ook zo, want de tijd gaat gewoon door. De tijd is onherroepelijk, en dat is eigenlijk ook waarom leeftijdgenoten van mij, ineens, als ze gezond van lijf en leden zijn toch ineens heel snel achteruit gaan. Bij mij gelukkig niet. Hoewel, ik heb een griep achter de rug. Ik kan je een heel verhaal vertellen over mijn buis van Eustachius, maar laten we dat niet doen.’

Frits haalt luidruchtig zijn neus op en vervolgt: ‘Nou, nu je het zegt. Ik heb komende vrijdag een afspraak. Ja. Met de gehoorspecialist. Dus misschien dat ik toch maar een heel klein mini-gehoorapparaatje zal gaan nemen. Mijn vrouw zegt dat ik dat niet wil. Maar dat is niet waar. Maar ze heeft wel een puntje, ik heb natuurlijk heel veel met het gehoor, met audio, in mijn leven te maken gehad. Ik zing, ik maak muziek! En dan is het wel raar om te merken dat bepaalde onderdelen in je lichaam niet zo actief meer zijn. Dat geldt trouwens voor meer zaken. Ik moet nu een paar keer per nacht mijn bed uit om te gaan plassen. En ook je seksuele ambitie wordt minder. Dat zijn processen die zich langzaam aandienen. Maar ik wil er wel bij zegge, dat zing ik ook in dit lied. Ik heb de liefde hartstochtelijk bedreven!’

En dan volgt: “Terwijl de Mattheus passie om mij heen weerklonk.”

‘De Mattheus passie wordt ieder jaar met Pasen uitgevoerd. Dat is zo beladen met devotie. En precies daarom vind het zo mooi bij elkaar passen. En de schrijver van dat stuk, dat is Johan Sebastian Bach. Die had héél veel kinderen, en die gebruikte geen voorbehoedsmiddelen. Nee die hadden ze niet toen. Maar voor het zingen de kerk uit wel! Maar dat kon niet want hij werkt in die kerk.’

En je zingt ook: “Enge ziektes zijn mij godzijdank bespaard gebleven.”

‘Ja mooi he? Ik heb geluk gehad. Nou het is natuurlijk spannend, je ouders brengen wat genen in en het is maar de vraag wat je overhoudt. En met elk kind kan daar weer iets heel anders uitkomen. Ik hoorde laatst van iemand die had ALS. Een spierziekte, waarbij je langzaam aftakelt. Erg hoor. En dan bid ik, God ga daar eens wat aan doen. Maar hij neemt nooit op.’

Frits zingt verder: “Mijn kindertijd was met armoe omgeven.”

‘Nou ik ben geboren in 1937 en in 1940 brak de oorlog uit, ik was toen vier, dus dat heb ik bewust meegemaakt. Toen de oorlog afgelopen was, was ik acht jaar. En ik weet niet of je bekend bent met het feit maar in 1944 viel Hitler en zijn consorten Rusland binnen en daar hebben ze toen ongelofelijk geleden. Die Russen hebben geloof ik 25 miljoen mensen verloren. Voor ons in het westen was het ook heel heftig, want bij ons trad toen de hongerwinter in. In Amsterdam werden mensen op straat doodgeschoten. ’s nachts hoorde je de schoten en de volgende morgen zag je de lijken in de goot liggen. Ik heb dat allemaal meegekregen. Ik woonde toen in een bovenwoning in Amsterdam West, in de buurt van de Admiraal de Ruijterweg. Dat was in die tijd een jonge buurt. Maar goed, de flexibiliteit van kinderen, die is heel groot. Dat realiseer ik me ook als ik al die kinderen zie op de televisie in Syrië, die in al dat geweld hun eigen plekje zoeken. Die vitaliteit, dat doet pijn.’

‘Ik weet nog veel te herinneren omdat de dreiging zo direct was. Er was een permanent gevaar. Toen keek ik altijd eerst naar links en rechts of er gevaar was. Dat heb ik heel lang meegenomen. Het heeft ook wel bepaald hoe ik naar de mensheid kijk.’

‘Het idiote is, dat het al lang aan de gang was. Al in 1933 is Duitsland gestart om een enorme legermacht op te bouwen, grote bedrijven waren erbij betrokken, terwijl wij in Nederland nooit iets hoorden van de inlichtingendienst. Tot er in 1940 opeens als die vliegtuigen, en die bombarderen Rotterdam! We zijn belazerd. Dat is ook zo. En dat heeft te maken met de onbetrouwbaarheid van de politiek. En na de oorlog toen gonsde het door het land: Oorlog dat nooit meer! Dat was een leuze. En wat gebeurt er in ‘45 – ‘46? Toen werden onze jongens naar Indië gestuurd.’

Het lijkt wel of je je bedonderd voelde. Geloofde je echt in vrede?

‘Ja, het is een hartstochtelijk verlangen van de mens om nooit meer oorlog te maken. En ik geloofde dat echt. Jee, dat is echt een ontwikkeling van mij geweest, voordat ik besefte dat de mens niet in staat is om dat te verbeteren, omdat hij zo in elkaar zit. Welk maatschappelijk systeem je ook aanhangt, er zijn altijd mensen die misbruik maken van elke situatie. Dat is in de kapitalistische, communistische, socialistische, overal, ook in religies. Dat is allemaal uit eigenbelang. Iedereen denkt, als ík het maar goed heb, en dan gaat het mis.’

Maak je dat ook op kleine schaal mee?

‘Laatst nog! Ik werd gevraagd voor een programma. Ze wilden daar vier leuke oudere heren voor hebben. Ze hadden Gerard Cox, Willibrord Frequin en Barrie Stevens, dat is die homoseksuele jongen. Nou afijn, ze hadden mij erbij, ze waren hartstikke blij! Het was een interessante combinatie zeiden ze. Maar toen zijn ze naar RTL4 gegaan en toen werd duidelijk dat ze mij niet wilden hebben. En dat komt omdat ik zo uitgesproken ben. Ik heb nogal uitgesproken politieke standpunten. Daar zijn ze als de dood voor! Ook in de omroepwereld is dat zo’n gedonder. Nee, met uitgesproken meningen krijg je geen kijkcijfers. Je mag het nergens over hebben. Ze willen alleen maar Gordon, en de Toppers, dat soort dingen. Nou, ik heb altijd mijn mening verkondigd. En dat zal ik altijd blijven doen. Hoewel, ik ben niet meer bij een politieke groepering. Want bij elke partij spelen ego’s de hoofdrol. Maar ja. Nou ja. Ik blijf stemmen. Boven alle twijfel verheven.’

Hoeveel kinderen heb je eigenlijk?

‘Even denken. Haha! Drie. Leuk he? Een dochter en twee zoons.’

Een aantal scheidingen, ik meen een stuk of zeven?

‘Oh er wordt heel veel gescheiden. Ik heb veel jongere vrienden, en oh wat wordt er veel gescheiden. Weet je wat het is? De gewenningsfactor, die treedt op in iedere relatie. Jongverliefde mensen willen wel vijfentwintig uur per dag bij elkaar zijn. Maar na zoveel jaar, dan is de gewenning daar. En dan denk je, oh God, die man. Hij vergeet altijd maar door te trekken.’

Heb jij die gewenning gekend?

‘Nee.’

Anderen wel bij jou?

‘Nou ik heb altijd wel gehad met vrouwen dat ik dacht, ik heb het leuk. Maar je weet niet hoe de ander het heeft. Want goed openlijk praten, dat is wel moeilijk hoor. Mensen zeggen niet tegen elkaar wat ze niet leuk vinden aan de ander. Dat is ook een zwak punt van de mens. Je wil je niet kwetsbaar opstellen. Dat is een zwakheid. Oh dan wordt ze kwaad, straks gaat het mis.’ Frits kijkt me nadrukkelijk aan en vervolgt: ‘Nou én?! Dan wordt ze boos! Dat is toch beter dan niet praten. Want als je niet praat, dan gaat het zeker mis.’

Even terug naar die 7 scheidingen.

‘Dat is fictief.’

Maar hoeveel zijn het er dan? Drie?

‘Ja, nou… Even tellen… Misschien wel vier keer. Maar ik weet het niet precies, want bij de een had ik meer verdriet dan bij de ander. Want dat is ook weer zoiets raars. Moniekje, mijn oudste dochter, die is zo lief, maar je blijft niet bij elkaar voor een leuk kind. Die relatie, die was leeg.’

‘Ik wil je wat anders vertellen. Ik weet nog goed, jaren geleden, sprak ik een vrouw. En ze zei tegen mij: “Ik moet er niet aan denken, ik ben nu 43, ik moet er niet aan denken dat ik nooit meer met een andere man kan vrijen dan alleen maar met die man.” En dan denk ik, ja meid, daar zit wel wat in. Want dat is ook niks. Je bent altijd in ontwikkeling van je eigen leven. En de ander ook. En je moet er samen een weg in zien te vinden.’

‘En weet je, als je ouder wordt, dan wordt het weer rustig. Met die drive… Mijn vriendin en ik, wij hebben geen seks meer. We hebben wel andere intimiteiten. Als zij gaat werken dan gaat ze douchen. En als ze beneden komt, dan heb ik koffie gezet. Dan zit ik op een stoel en zij staat, en dan hou ik haar even zo vast en dan geef ik haar een kus op haar buik. Dat is groot joh, dat is niet te beschrijven. Dat is een hartstochtelijke intimiteit. Maar dat heeft niks met seks te maken. En dat hoeft ook niet meer. Daar word je alleen maar moe van ook.’

En in je lied heb je het dan ook opeens over de cromagnonmens?

‘Kijk ik ben atheïst. En de planeet waarop wij leven bestaat nu zo’n vier miljard jaar. Misschien een paar jaar meer of minder. Pin me er niet op vast. En er is in wezen niemand op die planeet die het zo ver heeft geschopt als de mens. En hoe komt dat? Dat is natuurlijk interessant… Nou, dat heeft hij te danken aan zijn opportunisme. Hij is slim en onbetrouwbaar, dat heeft de mens erg ver gebracht.’

‘20.000 jaar geleden was alles een grote bevroren massa. Maar wat is nou 20.000 jaar? Niks! Het is niet dat ik onze nietigheid wil benadrukken. Ik breng het juist ter sprake omdat het ontzettend veel voorstelt. Maar ik zie ons wel als onderdeel van een ontwikkeling. Op dit moment zie je dat de hebzucht, de overvloed het overneemt. Weet je hoeveel mensen er in steden leven? In wereldsteden als Tokyo en Mexico City wonen meer dan 20 miljoen mensen. Die rijden allemaal in auto’s. Die maken de wereld kapot. Ja, het is de overwinnaar die zijn eigen ondergang graaft.’